Prostitutie Utrecht: De geschiedenis herhaalt zich

Geschiedenis prostitutie Utrecht

Aan het eind van de middeleeuwen deed de Utrechtse gemeenteraad veelvuldig inspanningen prostitutie te reguleren. Prostitutie was niet verboden, tenzij het te openlijk plaatsvond. Via verordeningen werd bepaald dat prostitutie uitsluitend mocht plaatsvinden in de achterafstegen bij de stadsmuur.

Aan het eind van de 16e eeuw veranderde dit. Onder invloed van het protestantisme werd gepoogd de prostitutie te verbieden. Er werd fel tegen prostitutie opgetreden maar verdreef prostitutie niet uit de stad. “Hoerenwaarden”, “Ravothuizen” en “koppelaarsters” bleven bestaan.

“De koppelaarster” van de Utrechtse kunstenaar Gerard van Honthorst in 1625

Ten tijde van de Franse tijd werden deze verordeningen in 1810 afgeschaft en de prostitutie nam in Utrecht fors toe. Bij de stadswal (de rand van de huidige binnenstad) was een plaats waar de prostituees en bordelen zich bevonden. Bij de Zadelstraat zaten de wat luxere, erkende bordelen. De overheid probeerde overlast bij de bordelen te bestrijden en gezondheidsrisico’s onder controle te houden.

Na het vertrek van de Fransen in de 19e eeuw beklaagden buurtbewoners van de Zadelstraat over het openlijke karakter van prostitutie, maar toch kwam er geen verbod op prostitutie. Prostitutie diende volgens de gemeenteraad te blijven bestaan, met name voor jonge en ongetrouwde mannen. In 1842 telde Utrecht 14 bordelen; sommige van de bordelen waren  groot, luxe  en duur en gericht op lieden uit de hogere stand; en bordelen die  minder chic waren en vooral bezocht werden door de burgerman, zeelui en militairen.

Vanaf 1850 stelde een systeem in werking waarbij prostituees zich zonder kosten vrijwillig konden laten onderzoeken op syfilis.

Ondanks er geen verbod was op prostitutie nam de repressie weer toe. In 1858 kreeg de Utrechtse hoogleraar in Heel en Verloskunde L.C van Goudoever toestemming van burgemeester mr Nicolaas Petrus Jacob Kien om prostituees te selecteren en onder medische controle te stellen, om daarmee over proefpersonen te beschikken voor klinische demonstraties tijdens zijn colleges.

Vanaf 1860 lijkt de tolerantie van de overheid voor bordelen sterk te zijn verminderd. De politie treedt strenger op tegen de bordelen. Van de 14 bordelen zijn er in 1885 nog maar drie over. Bovendien werd het systeem voor gratis medische controle voor prostituees stopgezet. Tegen het eind van de 19e eeuw kwamen er steeds meer bezwaren tegen de bordelen door de protestants christelijken en buurtbewoners.

In 1890 kwam er een “verordening tegen openbare huizen van ontucht”, het bordeelverbod. Veel effect had dit overigens niet; de bordelen kregen een meer ondergronds karakter en het  aantal bordelen nam zelfs toe. In 1911 volgde een landelijk bordeelverbod, toch bleef er  één bordeel gedoogd. Het bordeel aan de Lollestraat (nu Nobeldwarsstraat).

Tippelprostitutie 1900-1980

Straatprostitutie was net als de bordelen in Utrecht een bekend verschijnsel. Zoals de geschiedenis bewijst zijn er tijden van regulering door de overheid, gedogen en repressie/verboden. Zo ook in de tippelprostitutie. In 1929 werd artikel 23bis in de Verordening straatpolitie opgenomen, waarmee tippelen op speciaal aangewezen straten kon worden verboden.  Aanleiding hiervoor waren de klachten van burgers over “ophouden van vrouwen van verdachte zeden op bepaalde locaties”. In oktober 1929 wees de gemeente 29 straten aan waar het nieuwe tippelverbod zou gelden; deze lijst werd herhaaldelijk uitgebreid onder andere in 1933, 1935, 1940, 1948 en in 1953. Uiteindelijk werd artikel 23bis zodanig gewijzigd dat tippelen in het algemeen op of aan de openbare weg verboden werd. In 1953 werd dit tippelverbod ook opgenomen in de APV.

Het tippelverbod betekende niet dat er niet meer getippeld werd, integendeel. In de jaren ’60 werd er vooral getippeld rond de Voorstraat, in de jaren ’80 voornamelijk rondom het Moreelsepark. De politie probeerde de prostituees te verjagen en te beboeten, maar de prostituees gingen hier creatief mee om. Ze verstopten zich als er politie in de buurt was om een boete te voorkomen om vervolgens weer door te gaan met tippelen.

In 1985 creëerde de gemeenteraad in de APV de mogelijkheid van plaatselijke ongeldigheid van het verbod op tippelprostitutie. Vervolgens werd de Europalaan aangewezen als gebied waar het verbod op straatprostitutie niet gold en en stelde de gemeente daar de officiële tippelzone in.

Ondanks dat de prostituees liever een plek hadden gekregen in het centrum verhuisden de prostituees op  6 mei 1986 van het Moreelsepark naar de Europalaan op het Kanaleneiland. Dat deden de meeste prostituees zonder al te grote tegenzin, omdat zij daar een betere voorzieningen kregen en niet meer werden opgejaagd door de politie zolang zij binnen binnen de gedoogzone werken.

Inrichting Europalaan 

De Europalaan bestaat uit een ventweg waar prostituees mogen tippelen en een stukje verderop zijn de afwerkplekken zodat de prostituees niet met klanten een rustig plekje in een woonwijk hoeven te zoeken. Bovendien werd er een huiskamer (HAP) in een oude SRV- bus gecreëerd. De openingstijden van de HAP komen overeen met de openingstijden van de tippelzone. Prostituees konden in de bus terecht voor een praatje, om wat te eten of te drinken en om condooms aan te schaffen.  Ook kunnen prostituees in de bus douchen of een arts bezoeken voor onder andere een SOA – controle.

Sinds 2005 kunnen prostituees alleen op de Europalaan werken als zij daar een persoonlijke vergunning voor hebben aangevraagd en verleend hebben gekregen. Prostituees uit de zorgregio Utrecht krijgen voorrang op een vergunning. Alle prostituees werkzaam op de “baan” zijn dus bekend bij de gemeente en hulpverlening.

Overlast

Als sinds mensenheugenis wordt prostitutie in verband gebracht met klachten van overlast door buurtbewoners. En bij elke verplaatsing van een prostitutielocatie komen buurtbewoners met klachten van overlast, ook al is de prostitutie daar nog niet eens gevestigd.

Waar bestaan die klachten van overlast uit?

Mensen die de prostitutie niet kennen maken zich allerlei enge voorstellingen van prostituees en hun klanten. Een groot deel van de klachten van buurtbewoners bestaan uit vooroordelen zoals:

  • Prostitutie trekt ongure types aan waardoor kinderen niet meer veilig buiten kunnen spelen.
  • Prostitutie trekt criminaliteit aan.
  • Prostitutie is mensonterend werk en prostituees moeten geholpen worden met uitstappen.
  • Prostitutie is niet meer van deze tijd.

Naast de welbekende vooroordelen, zijn er ook angsten:

  • Angst voor waardedaling van huizen.
  • Ondernemers vrezen voor een daling van de omzet van hun onderneming.

Hoe terecht zijn die vooroordelen?

De meeste van die vooroordelen zijn volkomen onterecht. Klanten van prostituees zijn mannen uit de gehele samenleving. Van bouwvakker tot makelaar, van vrachtwagenchauffeurs tot directeuren van grote bedrijven.  Deze mannen zou je overal tegen kunnen komen in het dagelijkse leven en zullen dan ook niet angst aanjagen of veroordeeld worden. Ik durf te stellen dat iedereen wel een bezoeker van een prostituee kent, zonder dat diegene dat weet. Het zou je broer, vader, collega of beste vriend kunnen zijn.

Prostitutie is een beroep en niet iedereen hoeft het eens te zijn met mijn beroepskeuze. Maar prostitutie als mensonterend te bestempelen gaat veel te ver. Prostitutie is niks meer dan het verlenen van een (seksuele) dienst waar klant en prostituee beiden mee instemmen. Is het niet juist mensonterend om een vooroordeel te projecteren op een hele beroepsgroep? ” Jij bent een hoer dus ik wil je niet in mijn wijk” is mijn inziens een stuk mensonterender dan het willen uitoefenen van een legaal beroep.

Prostitutie is van alle tijden. Ondanks de  pogingen tot verboden is het nooit gelukt om de prostitutie uit te bannen. In periodes van respressie en verboden vonden prostituees altijd wel een weg om hun werkzaamheden voort te zetten, vaak met hulp van anderen. De vraag naar prostitutie is vandaag de dag niet minder dan in bijvoorbeeld de middeleeuwen. Bij een recente meting op de Europalaan bleek dat er op een doordeweekse avond 600 autobewegingen waren waargenomen. De vraag anno 2017 is dus enorm.

Woningeigenaren vrezen vaak voor waardedalingen wanneer zij nabij een prostitutielocatie wonen. Ook dit is vaak onterecht. Zo was er jarenlang raamprostitutie in de Hardebollenstraat. De woningeigenaren in de Breedstraatbuurt hebben hun woningen niet in waarde zien dalen, maar juist zien stijgen. Dit zien we ook op de Amsterdamse Wallen. Nergens in Amsterdam zijn de panden zo duur dan op de Wallen.

Ook ondernemers vrezen vaak voor een omzetdaling. Ook daar zijn geen enkele bewijzen voor te vinden. Het is zelfs zo dat het bij de benzinepomp nabij het Zandpad en in winkelcentrum Overvecht een stuk rustiger werd na de sluiting van het Zandpad. Veel ondernemingen rondom het Zandpad tot aan de Amsterdamsestraatweg aan toe profiteerden juist mee van de extra bezoekers die het Zandpad trok.

Onderzoek naar overlast Europalaan

In de figuur hieronder worden de meldingen over overlast door buurtbewoners van de Europalaan weergegeven. Daaruit blijkt dat prostitutie helemaal niet de grootste overlastgever is. Maar jongeren en mensen die uitgaan zorgen voor de meeste overlast….Wat nu? Jongeren naar opvoedingskampen sturen zoals tegenstanders van prostitutie wensen dat prostituees in uitstaptrajecten geplaatst worden? Spandoeken ophangen uit protest tegen horecazaken want wij willen geen afval in onze wijk? Zij zijn tenslotte de grootste overlastgevers….Nee, dáár zal je niemand ooit over horen.

De toekomst van de Europalaan

De toekomst van de Europalaan is onzeker. Er staat woningbouw gepland in dit gebied, waardoor de tippelzone moet verdwijnen. Er waren plannen voor verplaatsing van de tippelzone, maar door protesten van buurtbewoners gaan die plannen niet door. Ondanks dat de tippelzone door de gemeente een succes wordt genoemd, zal de tippelzone verdwijnen en de  prostituees verliezen na het Zandpad, de Hardebollenstraat opnieuw een legale werkplek.

Raamprostitutie 1900 -1972

Raamprostituees bevonden zich vaak in het centrum in oude krakkemikkige panden. In het venster stond vaak een rode lantaarn om aan te geven dat zich daar prostituees bevonden. Prostituees stonden in de deuropening en gebaarden naar mannen of spraken ze aan.

In 1935 werd raamprostitutie in Utrecht verboden. Dit omdat het tippelverbod volgens de politiechef te weinig effect had tegen vrouwen die voor hun eigen deur “het publiek uitnodigend aanspreken en als het ware hun koopwaar opdringen”

In 1945 vestigden prostituees zich in woonboten langs het Zandpad. Het aantal boten met prostituees nam snel  toe en in 1949 stelden Rijkswaterstaat en de gemeentelijke havendienst beperkingen aan het aantal en ligging van de boten.

De begintijd van het Zandpad met op de achtergrond Overvecht in aanbouw

In 1953 werden het tippel en raamprostitutieverbod opgenomen in de APV onder artikel 31. Ondanks dat bleef er raamprostitutie plaatsvinden op het Zandpad en rond de Voorstraat

1973: officieel gedoogbeleid raamprostitutie

In 1973 stelden burgemeester en wethouders dat er in woonbuurten sprake was van “ernstige overlast” van de prostitutie. In met name de vogelenbuurt zou er overlast ervaren worden door buurtbewoners. Die overlastklachten bestonden uit:

  • Tot ’s avonds laat verkeersoverlast
  • Het bederven van het aanblik op de wijk door prostitutie op zich.

Daarop besloot de gemeenteraad op 10 mei 1973 artikel 31 uit de APV wijzigen. De redenering luidde: “We erkennen dat er een behoefte aan prostitutie is, enkele woonwijken ondervinden nu echter veel hinder van raamprostitutie. Op het Zandpad langs de vecht, en op de Hardebollenstraat in het centrum zijn plekken waar prostitutie gedoogd kan worden. Ten tijde van de legalisering werden zowel het Zandpad als de Hardebollen aangewezen als legale prostititutiegebieden.  De exploitanten van deze locaties kregen een exploitatievergunning, die verbonden werd aan regels. Vanaf 2005 werden exploitanten verplicht 24 uur per dag toezicht te houden. Hier konden 3 exploitanten op de Hardebollenstraat niet aan voldoen. De gemeente trok de vergunningen van de desbetreffende exploitanten in en kocht de panden op.

2010 Registratieplicht voor sekswerkers

In 2009 stelde  burgemeester Wolfsen een maatregelenpakket voor om misstanden in de prostitutie uit te bannen. Sommige maatregelen waren erg ingrijpend zoals een nachtsluiting en een registratieplicht voor prostituees. Ook wilde burgemeester Wolfsen dat de prostituees kortere dagen van max 9 uur zouden gaan werken, en dat prostituees minimaal 4 weken achter elkaar een kamer zouden huren om verplaatsing tegen te gaan. Het waren zware maatregelen, die grote gevolgen zou hebben voor alle prostituees op het Zandpad. Het was tijd om van ons te laten horen. We gingen met een grote groep prostituees naar het stadhuis. De raadszaal was te klein door de grote opkomst van de prostituees, waardoor het debat naar de trouwzaal verplaatst werd. Ik had een tekst geschreven die ik tijdens de raadsinformatieavond heb ingesproken. Toen ik klaar was zag ik dat burgemeester Wolfsen bijna van z’n stoel was gevallen. Een grote groep mondige prostituees…daar had hij geen rekening mee gehouden. Tijdens dit debat kwam ik in contact met de media. Die media was nodig om het afschuwelijke beeld wat werd geschetst over de prostitutie bij te stellen. Wij werden als slachtoffers gezien, terwijl we allen zzp’ers waren en ook zo behandeld wilden worden. RTV Utrecht vroeg mij of ze mij een dag op het Zandpad mochten volgen, ik heb daarmee ingestemd omdat het noodzaak was, want het gevormde beeld klopte niet en dat kon ik alleen bewijzen daar RTV Utrecht de realiteit te laten filmen.

In 2010 moest de gemeenteraad besluiten of zij de voorgestelde maatregelen van burgemeester Wolfsen in de APV zouden opnemen. De gemeenteraad stemde niet met de nachtsluiting in, over de maximale werkdagen was flink discussie. Uiteindelijk stemde de raad in met werkdagen van max 12 uur.  Maar we verloren ook. De registratieplicht werd ondanks de bezwaren van de prostituees toch ingevoerd en ook werden prostituees verplicht minimaal 4 weken achter elkaar te huren.

2013 Sluiting van het Zandpad en de Hardebollenstraat

In 2013 werd het Zandpad in 3 fases gesloten. De eerste ramen in april, de tweede sluiting volgde in mei, en in juli werden de overige ramen van het Zandpad en de Hardebollenstraat gesloten op vermoedens van faciliteren aan vrouwenhandel. Alle vergunningen werden ingetrokken en alle prostituees stonden op straat en werden aan hun lot overgelaten.

Vlak na de sluiting was er hoop dat het Zandpad weer snel open zou gaan, ondanks alle beloftes gebeurde dit niet. In het begin leek een heropening nog wel mogelijk. Ik heb me hier ook persoonlijk voor ingezet door een BV op te richten, de boten te huren en een vergunningsaanvraag in te dienen. Maar een heropening was toch niet zo gewenst als de gemeente deed voorkomen. Stiekem nam burgemeester Wolfsen contact met het waterschap op en verzocht hen de ligplaatsvergunning voor de boten op te zeggen. Het waterschap stemde hiermee in en ontbond het huurcontract met de eigenaar van de boten. Dit hield in dat de vergunningsaanvraag niet verder behandeld kon worden en werd het definitieve einde van het Zandpad. 145 legale werkplekken voor prostituees gingen in rook op.

Het definitieve einde van het Zandpad
Hardebollenstraat

Na het verlies van de 145 ramen op het Zandpad besloot ik er alles aan te doen om de resterende 17 ramen in de Hardebollenstraat te heropenen. Ik deed een vergunningsaanvraag die tergend lang duurde en er uiteindelijk voor zorgde dat de gemeente in mei 2016 besloot de laatste ramen in de Hardebollenstraat op te kopen. De gemeente gaf als reden op dat zij de raamprostitutie wilden concentreren op een nieuwe locatie. De bouwer die de nieuwe locatie zou gaan bouwen kwam echter niet door de verplichte integriteitstoets. De gemeente is een zoektocht begonnen naar een nieuwe bouwer. Of die gevonden wordt is op dit moment nog onduidelijk.

Stand van zaken anno 2017

  • Zandpad:               Gesloten
  • Hardebollen:       Gesloten
  • La  cloche:            Gesloten 
  • Jan Bik:                 Gesloten
  • Huize mona:       Gesloten (wegens brand)
  • Europalaan:        Gaat sluiten

Op dit moment is er nog maar één club geopend in Utrecht en daarmee zijn we eigenlijk terugbeland in 1911, toen er ook nog maar één bordeel was gevestigd in Utrecht. Met het grote verschil dat er toen een landelijk bordeelverbod gold, en nu prostitutie gelegaliseerd is.

In hoeverre kunnen we spreken van een legaal beroep wanneer blijkt dat na eeuwen van wisselend beleid prostituees nog altijd gemarginaliseerd worden? De gemeente spreekt dan wel uit dat zij ruimte willen bieden aan prostitutie en ik geloof ook wel dat burgemeester van Zanen dat ook écht wil. Maar toch is daar meer voor nodig dan alleen zeggen dat je daar ruimte aan wil bieden. Wanneer de gemeente de branche echt wil legaliseren moeten zij lering trekken uit de geschiedenis en bereid zijn mee te investeren in de branche, want Utrecht maak je samen.

Bronnen: Leven in Utrecht – PD ’t Hart, archief van Carmen Kleinegris




Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s